Diagnose Autisme/ASS

Vroegtijdige herkenning van ASS is van groot belang. Hoe eerder bekend is dat iemand ASS heeft, hoe eerder een kind of volwassene en de omgeving die ondersteuning en zorg krijgen die nodig is. Toch worden nog regelmatig signalen gemist. Ook komt het nog regelmatig voor dat de diagnose pas gesteld wordt op volwassen leeftijd.

Het stellen van een diagnose is van groot belang om het vervolgtraject te bepalen. Als de problematiek helder is, kan gericht worden gezocht naar passende hulp en ondersteuning. 

Na een uitgebreid psycho-diagnostisch en psychiatrisch onderzoek kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een Autismespectrumstoornis.

Vermoeden van ASS

Iemand met ASS is anders, maar geen twee personen met ASS zijn gelijk.

Ouders, de partner, andere familieleden, de huisarts, de peuterspeelzaalleidster, leerkrachten of de werkgever voelen vaak intuïtief aan dat de persoon anders is dan anderen. Vaak weten ze echter niet wat de reden hiervoor is. Dat geldt ook voor de betrokkene zelf.

Voorzichtigheid is geboden met snelle conclusies, er is namelijk deskundigheid nodig om een juiste diagnose te kunnen stellen.

Het stellen van een diagnose is van groot belang om het vervolgtraject te bepalen. Als de problematiek helder is, kan gericht worden gezocht naar passende hulp en ondersteuning. 

Na een uitgebreid psycho-diagnostisch en psychiatrisch onderzoek kan worden vastgesteld of er daadwerkelijk sprake is van een Autismespectrumstoornis.

Op het moment dat er sprake is van een vermoeden van ASS is er vaak behoefte aan informatie over o.a:

  • Wat zijn kenmerken van ASS;
  • Hoe ga ik om met iemand die vermoedelijk ASS heeft.
  • Waar kunnen we terecht voor een diagnose en hoe gaat dat in z’n werk.
  • Wat is er mogelijk na de diagnose qua ondersteuning, begeleiding en behandeling.
  • Waar kan ik als naaste terecht voor ondersteuning en advies.

Vermoeden van ASS? Meld dit bij uw huisarts/POH, consultatiebureau, school of buurtwerker of bij één van de bij AEN Drenthe aangesloten instanties. 

Kinderen

Vooral bij jonge kinderen is de onderkenning van autisme erg lastig omdat de bandbreedte van wat ’normaal’ is, nog groter is. In eerste instantie wordt het gedrag van het kind vaak naar voren gebracht in contact met medewerkers van een kinderdagverblijf, de peuterspeelzaal of wanneer het kind naar school gaat met de leerkracht. Bij een sterk vermoeden van ASS kunnen kinderen via de huisarts (Praktijk ondersteuner/POH), het consultatiebureau, de school of het buurt- of sociaal wijkteam van de Gemeente of het CJG (Centrum Jeugd en Gezin) worden doorverwezen voor nadere diagnostiek.

De website www.autismejongekind.nl verkort de zoektocht naar hulp; het is een platform voor en door ouders en professionals.

Volwassenen

Bij volwassenen vindt doorverwijzing voor diagnostiek plaats via de huis-, bedrijfs-, of verzekeringsarts óf eerstelijns GGZ-hulpverlener als er sprake is van een vermoeden van ASS. In de praktijk duurt het vaak lang voordat deze professionals bij volwassenen denken aan ASS, zelfs in de psychiatrie. Omdat ASS  verschillende uitingsvormen heeft worden signalen vaak gemist.

Uitsluiten van andere stoornissen

De diagnostiek bij jonge kinderen is moeilijk. Het onderscheid tussen bijvoorbeeld ASS, een verstandelijke beperking, een taalontwikkelingsstoornis of een reactie op een traumatische gebeurtenis, is lastig te maken. Voorzichtigheid met een definitieve diagnose is dan gewenst. Wel komen er steeds meer methodieken om op jongere leeftijd een diagnose te kunnen stellen.
Nog moeilijker voor een goede diagnose is het feit dat de verschijningsvormen van andere stoornissen kunnen lijken op de kenmerken van ASS. Omdat de behandelingsvorm van de stoornissen verschilt, is het noodzakelijk precies te achterhalen van welke stoornis sprake is. Dit noemt men differentiaaldiagnostiek. Voor de diagnose ASS moeten de volgende categorieën uitgesloten te worden:

  • perceptuele stoornissen: slechtziend, doof, slechthorend (kan ook samen voorkomen met ASS)
  • verstandelijke beperking (kan ook samen voorkomen met ASS)
  • spraaktaalontwikkelingsstoornissen
  • selectief mutisme (kinderen die in bepaalde situaties niet willen praten)
  • ernstige (vroegkinderlijke) affectieve en pedagogische verwaarlozing kinderschizofrenie
  • kinderschizofrenie

Trajact

In dit traject zijn de volgende onderdelen te onderscheiden:

• intake;


• observatie;


• onderzoek;


• classificatie.

De anamnese; een inventarisatie van de voorgeschiedenis, berust op een grondige kennis van de symptomatologie van kinderen, jeugdigen of volwassenen met ASS. De anamnese wordt bij kinderen meestal afgenomen bij iemand die het kind dag in dag uit meemaakt. Dit kan de ouder zijn of iemand die de zorg voor het kind draagt en het kind goed kent. Dit gesprek richt zich op vragen over verschillende ontwikkelingsgebieden over de tijd voor, tijdens en na de geboorte. Bij jeugdigen en volwassenen wordt het interview uiteraard (ook) met betrokkenen zelf gehouden.
De betrokkene zal thuis, op school of op het werk geobserveerd worden, of er is contact met school waarbij gebruik gemaakt wordt van schriftelijke rapportage vanuit de school. Deze observatie kan een meerwaarde geven aan de anamnese in deze beginfase van het onderzoek. Men probeert in beide situaties in grote lijnen het huidige functioneren van betrokkene in kaart te brengen. Bij een kind wordt bijvoorbeeld in de thuissituatie geobserveerd hoe het kind met spelmateriaal speelt en hoe het met de ouders, broertjes en zusjes omgaat. Als het kind op school of een dagverblijf zit, is het zinvol ook hier te observeren om te kijken hoe het kind in deze situatie functioneert. Om te zien hoe het kind met leeftijdgenoten om gaat, Hoe het in de groep werkt en hoe het reageert op de leerkracht etc. Op basis van de observatie en de anamnese kan de hulpverlener een waarschijnlijkheidsdiagnose geven of het kind een stoornis heeft in het autistisch spectrum.

Om te komen tot een goede hulpverlening na de diagnose worden met behulp van onderzoeksmethoden ook de specifieke mogelijkheden en beperkingen van de betreffende persoon in kaart gebracht, evenals eventuele comorbiditeit (het voorkomen van andere stoornissen of aandoeningen).

Kinderpsychiatrisch onderzoek
De kinderpsychiater onderzoekt met behulp van de gebruikelijke kinder- psychiatrische onderzoeksmethoden. De kinderpsychiater gebruikt vaak gespecialiseerde vragenlijsten en testen om een goed overzicht te krijgen van wat een kind wel en niet kan. Al deze instrumenten zijn uitvoerig op betrouwbaarheid getoetst en geven een samengestelde score die de ernst uitdrukt van de problematiek.

Medisch onderzoek
Bij kinderen met ASS komen regelmatig afwijkingen op lichamelijk gebied voor. Medisch onderzoek kan daarom nodig zijn als er sprake is van lichamelijke klachten, medische problemen of als er sprake is van een verstandelijke beperking of opvallende uiterlijke kenmerken. Als er een vermoeden is van een syndromale afwijking, zoals bijvoorbeeld fragiele-X, dan moet het kind doorverwezen worden voor een uitgebreid retardatie-onderzoek.
Psychologisch onderzoek
Een psychologisch onderzoek wordt afgenomen als men een beeld wil krijgen van het cognitief (verstandelijk) functioneren van het kind om bijvoorbeeld een schoolkeuze te kunnen maken. Een psycholoog of (ortho)pedagoog kan één of meerdere testen toepassen om het niveau te bepalen. Zie voor diagnostiek bij kinderen en jongeren ook de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, zie www.nvvp.net.
Op dit moment is ook een richtlijn voor diagnostiek voor volwassenen in ontwikkeling.

Samengevat inventariseert men de problemen die de betrokkene heeft. Ook de verhouding draagkracht/draaglast bij ouders/verzorgers, naasten wordt bekeken. Wanneer er sprake is van ASS dan is uit de anamnese bijna altijd een rode draad te distilleren die verwijst naar de problematiek van deze ontwikkelingsstoornis (Minderaa & Van Engeland, 1992).

Alle gegevens uit de intake/observatie- en onderzoeksfase worden besproken in een multidisciplinaire bespreking. Men heeft een beeld gekregen van het functioneren van betrokkene en men heeft de symptomatologie van de stoornis in het autistisch spectrum kunnen aftasten. Hierdoor kan men een beschrijving geven van de problematiek. Het verkregen beeld wordt getoetst aan de DSM V (handboek met standaarden/criteria voor psychiatrische diagnostiek). In het handboek wordt een nieuwe classificatie aangehouden, er wordt niet langer onderscheid gemaakt tussen verschillende autisme spectrum stoornissen.

Afhankelijk van de hulpvraag kan verder gespecialiseerd onderzoek nodig zijn. Er kan verder onderzoek nodig zijn in verband met bijvoorbeeld een vraag naar onderwijsbegeleiding (individuele orthodidactische behandeling/ leerkrachtbegeleiding), psychomotore-therapie en medicatie of indicatiestelling voor een kinderdagverblijf voor kinderen met een verstandelijke beperking, een medisch kleuterdagverblijf, een dag voorziening voor ouderen etc.

Meer informatie
Meer informatie over onderzoek en diagnostiek vindt u op de websites van het Kenniscentrum kinder- en jeugdpsychiatrie en de website van Landelijk Netwerk Autisme.